Protestant

Een protestant is een christen
en een protestantse kerk een christelijke
kerk. Protestanten
zijn in de zestiende eeuw
‘ontstaan’ uit de Rooms-katholieke kerk. In die
eeuw vormden ze
een grote en invloedrijke groep in
Antwerpen, die na de val van Antwerpen in 1585 in grote
getale de
stad verliet. Protestanten zijn sindsdien een kleine
minderheid in het Belgische en
Antwerpse
godsdienstige leven.
Het protestantisme is een brede en diverse familie
binnen de christelijke kerk – met dus alle
culturele, liturgische
en theologische verschillen die bij zo’n brede stroming horen.
Tegelijk
zijn er typische protestantse trekken. Een goed beeld van
de diepere gemeenschappelijke
trekken van het protestantisme geven
de drie protestantse kernwoorden ‘geloof, genade en
Bijbel’. Het
protestantisme heeft op die drie kernen overigens niet het
alleenrecht. Ook
andere christelijke kerken en families zullen
zich er (ten dele) in herkennen.
Geloof
Geloof is voor protestanten in de eerste plaats een
persoonlijk geloof. Als mens vertrouw je
je toe aan God en leef je
in dat vertrouwen je leven. Dat schept aan de ene kant veel
vrijheid, omdat er uiteindelijk niemand tussen u en God in staat.
Aan de andere kant roept
het ook een grote verantwoordelijkheid
wakker. Je leeft namelijk persoonlijk voor Gods
aangezicht (coram
Deo) en je kunt je niet zomaar verschuilen in of achter de
groep of de
kerk.
Voor protestanten is het
geloof niet alleen overgave en toevertrouwen, maar ook een
overtuiging. Vandaar dat een bewuste geloofskeuze belangrijk is en
er veel aandacht is voor
het nadenken en spreken over wat het
geloof inhoudt en betekent.
Genade
De grote nadruk op het geloof heeft het reële gevaar in zich van
activisme en drammerigheid
– een overdaad aan doen, spreken en
werken. Toch zit in het protestantisme ook een diep
besef dat
mensen slechts kunnen leven van Gods genade. Genade is Gods liefde
en
welwillendheid jegens mensen en de wereld. Die genade hebben
mensen nodig omdat ze
falen en zelfgericht zijn, naast of soms ook
in het goede wat ze doen. Protestanten zijn (in
het ideale geval
natuurlijk) mensen die hun dubbelheid en fouten beseffen en daarom
zoeken
om eerlijk en realistisch in de wereld en het leven te
staan. Zo’n realistische houding stemt
niet tot wanhoop of
gelatenheid (‘het wordt toch niks allemaal’). Het geloof dat God
met
Jezus een nieuw begin heeft gemaakt is een bron van hoop en
vertrouwen. Daarom kun je
zonder je beter voor te doen en zonder
het krampachtige gevoel de wereld te moeten
verbeteren toch iets
veranderen – bij jezelf en in de wereld. Die verandering kan kort
omschreven worden als leren om in liefde voor God en elkaar te
leven.
Bijbel
Bij dit geloof in Gods genade speelt de Bijbel een belangrijke
rol voor protestanten. Het
protestantisme is ook begonnen met een
Bijbelse herontdekking van Gods genade. Die
ontdekking kunnen
mensen nog steeds opdoen wanneer ze persoonlijk of in
groepsverband
de Bijbel lezen of als in een kerkdienst de oude
woorden worden uitgelegd. De Bijbel wordt in
protestantse kring
gelezen in het verlangen dat God door die oude woorden ook nu
spreekt.
Door die nadruk op de Bijbel als Gods levende woord blijft het
protestantisme ook in
beweging. De Bijbel is immers niet een
verzameling tijdloze dogma’s of waarheden. Het is het
boek dat
vertelt over God die mensen ontmoet en over wat die ontmoetingen
met hen doen.
Al lezend kan het in nieuwe tijden en nieuwe
situaties steeds weer tot een ontmoeting met
de God van de Bijbel
komen. |